Programma seizoen 2010-2011
De jaarvergadering vond dit seizoen plaats op 4 april 2011. Lees hier de concept-notulen. Lees hier het verslag van de kascommissie over 2010.
TERUGBLIK op de LIEUX DE MEMOIRE-EXCURSIES
Op dinsdag 17 en donderdag 19 mei 2011 28 april
Op dinsdag 17 mei waren we te gast in de oude KNP (nu Sappi) bij het Bassin. Bekijk hier een foto-impressie van de avond. Bekijk hier het artikel dat over deze avond verscheen in Dagblad de Limburger/Limburgs Dagblad 18-5-2011 (geplaatst met toestemming van Media Groep Limburg).
De heer Donners vertelde ons dat in 2006 ‘SAPPI Limburg’ is ontstaan uit een samenvoeging van de fabrieken in Lanaken en Maastricht. SAPPI (South African Pulp and Paper Industry), sinds 1997 eigenaar van die twee Limburgse fabrieken, is een duurzame onderneming met eigen plantages, die hout verwerkt en die aandacht heeft voor mens en maatschappij en voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers. SAPPI bezit 555.000 ha aan bomen; het plant 185 bomen per dag.
Het bedrijf maakt nu in Maastricht een gespecialiseerd soort papier dat oa dient als omslag voor boeken. Door de specifieke coating (latex, krijt en klei) die op en onder de papierlaag wordt aangebracht ontstaat er een papiersoort die minder verbleekt. Het wordt verder gebruikt bij etikettering en verpakking van levensmiddelen en rookwaren. Het grafisch papier en karton wordt gebruikt voor brochures en catalogi.
Vervolgens vertelde Servé Minis enthousiast over de vroegere KNP die op een gunstige plek aan de Maas gevestigd werd op de plaats van een voormalig klooster. In 1850 richtten acht industriëlen uit Luik de commanditaire vennootschap Lhoest Weustenraad et Cie op. De papierindustrie werkt met molens, water- en paardenmolens; in Maastricht ruimschoots voorhanden. Tot 1920 werden daarvoor katoenen lompen gebruikt, vandaar de benaming “lómmelefebrik”.
De Kollergang, een molenwerktuig, vermaalt de oude gekookte vezels tot een losse brei die dan geschikt moet worden gemaakt voor het vervaardigen van papier. De Hollander geïntroduceerd in Maastricht in 1893 versnelde de verwerkingstijd. (Er staat nog een Hollander in bedrijf in het Openluchtmuseum in Arnhem.) Het apparaat leverde een grote bijdrage aan de schaalvergroting bij het vervaardigen van papier. De machines die ertoe doen in een papierfabriek zijn achtereenvolgens: de Bolkoker, de Kollergang en de Hollander (effileur).
Het gezelschap werd vervolgens door 3 gidsen geleid door de voormalige fabriek van KNP waar de oude machines ten dele nog stonden. Verschillende onderdelen waren verkocht, maar men kreeg een goede kijk op de zo even genoemde grote machines en kon zelfs nog de specifieke geur opsnuiven van de pulp die ooit vermalen was. Men zag de oude liftschacht waarin nog een wagentje hing en de volledig uitgesleten trap die naar het water leidde van waaruit materiaal naar boven werd gebracht, maar ook drie enorme cilinders waarin chemicaliën (bleekpap) werden bewaard.
Tot slot bezochten we het archief en kregen van de archivaris toelichting bij stukken, papiersoorten, foto’s en andere documenten. Bij de foto waarop Lhoest door zijn medewerkers op de schouders gedragen werd ontglipte hem de verzuchting, “dat deze man in Maastricht nog geen straatnaam heeft; dat komt hem zeker toe”.
Voor een verder bezoek aan een aantal gebouwen bij het Bassin was geen tijd meer, omdat de totale rondgang de ervoor benodigde tijd had opgeslokt overigens tot tevredenheid van al degenen die werden rondgeleid en tot die van sommige gidsen die zelf enkele dagen van tevoren voor de eerste keer in hun leven de oude fabriek bezochten.
Opmerking: Omdat we velen moesten afwijzen hebben we Mevrouw Pinxt (SAPPI) om een herhaling gevraagd. Ze gaat hierover intern in overleg.
Op donderdag 19 mei waren we te gast in Bierbrouwerij De Keyzer (nu Brouwerij Bosch) in Wyck. Bekijk hier een foto-impressie van de avond.
In zijn algemene inleiding vertelde de heer Defesche over de geschiedenis van het bedrijf. De familie Bosch (vh Vlieck ) was al actief in Wijck vanaf de 18e eeuw, rond 1750, en had er een winkel in koloniale waren. Bosch bleek een veelzijdig en actief zakenman die allerlei initiatieven ontplooide. Hij handelde oa in steenkool, bezat een steengroeve in Visé en exploiteerde het kruitmagazijn; richtte een azijn- en kaarsenfabriek, een zout- en zeepziederij en zelfs een goedlopende aardewerkfabriek op. Onenigheid onder de erfgenamen en brand aan het eind van de 19de eeuw waren oorzaak dat gebouwen en bedrijven verkocht werden. Hierdoor kwam kapitaal vrij om grote investeringen te doen ter verbetering van de productie van bier.
Toen het station werd gebouwd (1915) en de Stationsstraat van mooie hotels en logementen werd voorzien opende de firma Bosch het hotel-restaurant L’Empereur waarmee zij reclame maakte voor haar eigen biermerk.
Na de inleiding werd de groep in tweeën gesplitst en nam de heer Bouvy naast de heer Defesche een groep voor zijn rekening. Achtereenvolgens bezochten we het mouthuis waar verteld werd dat door dragers de gerstvoorraad via ladders naar de vijfde verdieping werd gesjouwd; hier werd de gerst gedroogd en met vorken om en om gegooid. Vervolgens werd de droge gerst een etage lager gezeefd, waarna de korrels werden geroosterd vanuit een vuur dat op de benedenverdieping werd gestookt. De geroosterde graankorrels werden vervolgens vermalen. Daarna werd er aandacht besteed aan het bereidingsproces en kon het gezelschap de oude apparaten nog zien die in 1970 werden stilgelegd. Om duidelijk te maken dat de apparaten nog werkten, werd er af en toe een machine aangezet. De vorig jaar geplante hopplant, die aan het bierproces zijn speciale smaak geeft, konden we buiten met eigen ogen bewonderen.
De informatie was verhelderend en duidelijk. De 25 bezoekers waren zeer tevreden en een aantal liet zich na afloop een biertje goed smaken. Ook hier liep de avond uit en bleek er geen tijd meer voor een rondwandeling langs de voormalige industrieën van Wijck. We zullen de rondleiding een volgende keer programmeren.
TERUGBLIK op het HISTORISCH CAFÉ 10
Op donderdag 28 april 2010 in SELEXYZ
(auteur: Ernst Homburg)
Ter gelegenheid van het 35 jarig bestaan van de Universiteit Maastricht verscheen in januari 2011 het boekMaastricht kennisstad: 850 jaar onderwijs en wetenschap, onder redactie van de historicus Eric van Royen. De brede scope van het boek vormde een goede reden er een Historisch Café aan te wijden.
Vier van de veertien auteurs van het boek lieten hun licht schijnen over episoden uit de ‘kennisgeschiedenis’ van de stad Maastricht.
Eric van Royen opende de rij met een toelichting over het concept van het boek. In ieder hoofdstuk staat een persoon centraal wiens leven en werk typerend geacht mag worden voor een bepaalde periode. Vertrekkend vanuit de biografie komt dan vervolgens de bredere stads- en wetenschapshistorische context aan bod. Tesamen schetsende hoofdstukken zo een beeld van belangrijke breukvlakken in de geschiedenis, zoals de Renaissance en de Franse Revolutie en geven een invulling aan drie episoden uit de Culturele Biografie van Maastricht: de religieuze stad, de vestingstad en de industriestad.
Charles van Leeuwen schetste vervolgens kleurrijk en subtiel het leven van de humanist Matthaeus Herbenus, rector van de kapittelschool van Sint-Servaas en auteur van belangrijke tractaten.
De tijd van de Franse Revolutie kwam aan bod in de inleiding van Fred Cammaert over het leven van Jan Pieter Minckelers, docent natuurkunde in Leuven, onderzoeker van het lichtgas, en later leraar aan de Ecole Centrale in Maastricht.
Een korte beschouwing van Pieter Caljé over het (mogelijke) belang van de Universiteit Maastricht voor stad en regio sloot de inleidingen af.
Dat laatste verhaal vormde tevens de opmaat voor een soms heftige discussie: wat Maastricht vanouds eigenlijk wel een kennisstad? En geeft de universiteit wel de impulsen waar de regio behoefte aan heeft?
Column van Paul van der Steen: klik hier
TERUGBLIK op de lezing van Herman van Rens van maandag 4 april 2011 over de jodenvervolging in Limburg in WO II
(geplaatst 12-4-2011, auteur Titus Panhuysen 12-4-2011)
Alweer de laatste lezing van het winterseizoen 2010-2011, weer bijna 120 aanwezigen, en dan ook nog een goed bezochte jaarvergadering, die eraan voorafging, waarop wij afscheid namen van Lambert Jacobs na 8 jaar trouwe dienst en Kris Förster als zijn opvolger begroetten. Ernst Homburg treedt in de voetsporen van Lambert als nieuwe vice-voorzitter. Een dank en een welkom, heren!
Minder opbeurend was het verhaal dat Herman van Rens ons voorschotelde over de vervolging in onze Limburgse contreien van de joden in de Tweede Wereldoorlog. Het was een verhaal van trieste feiten en huiveringwekkende cijfers, indringend verteld door de spreker, die, vóórdat hij samen met zijn echtgenote – die hem ook nu assisteerde bij de presentatie – diep in dit onderzoek dook, een leven lang huisarts was in Beek. Terecht mag Herman van Rens zich nu NIOD-medewerker noemen, want hij heeft al heel veel materiaal boven tafel gebracht en gaat daar elke dag mee door. De tijdens de lezing gebruikte plaatjes en cijfers zijn via een link (zie hieronder) terug te vinden. Op het einde van de lezing illustreerde Van Rens het onbegrijpelijke leed dat mensen elkaar hebben aangedaan aan de hand van enkele anecdotische voorbeelden waar de zaal opnieuw heel erg stil van werd: niet anders dan een waarschuwing in onze tijd waar de vervlakte en individualistische mens soms wel dreigt terug te vallen in oude fouten van intolerantie en agressiviteit in de richting van ‘anderen’.
Voor de volledige presentatie: klik hier, voor de hand-out: klik hier
TERUGBLIK 'OP BEZOEK BIJ DE BUREN' IN AKEN, ZATERDAG 26 maart 2011
(geplaatst 5-4-2011, auteur Titus Panhuysen 5-4-2011)
Nadat we op maandag 14 maart een mooi verhaal hadden gehoord van stadsarcheoloog Andreas Schaub over alle nieuwe inzichten in de vroegste geschiedenis van Aken, werden we op zaterdag 26 maart allerhartelijkst ontvangen door de Aachener Geschichtsverein. Het hoogtepunt van de middag was natuurlijk een van de drie thematische rondleidingen waarvoor we ons hadden opgegeven en die ons gemiddeld een kleine drie uur ‘op de been hielden’. Elke groep telde 21-23 deelnemers, in totaal waren we met bijna 70 personen naar Aken gekomen.
Een groep volgde archeoloog Andreas Schaub die nu ter plaatse duidelijk maakte wat hij in zijn voordracht had verteld. Opeens bleek Aken onverwachte en tastbare archeologische relicten en sporen in en onder de stadsbebouwing te bezitten. Niet alleen de paleiskapel van Karel de Grote en de Grannusturm aan het stadhuis, maar ook een nagebouwde Romeinse porticus van wat misschien ooit een forum was, en diverse ‘Schaufenster’ in staal en glas die je een blik gunnen in de stenen restanten van Akens voorgeschiedenis. Vol overtuiging bracht Schaub zijn hypothese op ons over dat Aken niet alleen een belangrijke plaats was in de Romeinse tijd, maar vooral ook dat Aken in de overgangsperiode naar de stichting van de palts van Karel de Grote nooit helemaal van de kaart verdwenen is geweest, ja zelfs al die eeuwen lang bewoning heeft gekend en een zekere betekenis heeft gehad.
Een tweede groep volgde Dr. Frank Pohle op zijn tocht langs kerken en kloosters. Zoals Maastricht was Aken een stad vol kloosters die nu meestal een heel andere functie hebben. Een topper van de wandeling was ongetwijfeld een uitgebreid bezoek aan de Theresienkirche, die na de oorlog een bijeengesprokkeld maar harmonisch Rococo interieur kreeg en nu gebruikt wordt door de Roemeense orthodoxe gemeente van Aken. Een andere topper was de rondgang door het Mariënmünster of de dom, waarbij onder andere de galerij bezocht werd met de troon van Karel de Grote en de bronzen koorhekken van Einhard.
De derde groep kreeg de meest uitgebreide – en vermoeiende – rondleiding onder aanvoering van Dietmar Kottmann. Met grote passen en lange explicaties nam hij zijn groep op sleeptouw langs oude en nieuwe monumenten van Aken. Natuurlijk kwamen zijn volgelingen heel wat bekende zaken tegen, maar wie de volgende keer in Aken komt zal nieuwe wegen inslaan, zoals de route van het station via de Aachener-Münchener. Ook zal de wording van de stad heel wat duidelijker zijn geworden nu de verdwenen ligging van de stadsmuren bekend is waarvan alleen nog een enkele poort getuigt.
Omstreeks 17 uur verzamelden allen zich aan de Jakobstraase bij ‘Zum wehrhaften Schmied’, waar wij in tegenstelling tot de ‘Ratskeller’ aan het begin van ons Aken-bezoek, wel verwacht waren. Hier werden de rondleiders hartelijk bedankt door de voorzitter en met boeken overladen, ook de voorzitter van de Aachener Geschichtsverein, Dr. Thomas Kraus, die ons in de gewelven van de Ratskeller – helaas zonder microfoon – had toegesproken en daarna als extraatje nog een groepje uitverkorenen de Urkundensaal van het stadsarchief had laten zien.
Voor de foto's (van Titus Panhuysen en Joep Mans) van de wandelingen door Aken: klik hier
TERUGBLIK OP DE LEZING VAN ANDREAS SCHAUB OP MAANDAG 14 MAART 2011
(geplaatst 21 maart 2011, auteur: Titus Panhuysen 21 maart 2011)
Sinds 2006 is Andreas Schaub in Aken werkzaam als (eerste) stadsarcheoloog. Aken is daarmee rijkelijk laat met het instituut van stadsarcheologie begonnen, zeker wanneer je bedenkt welk een rijke geschiedenis de stad heeft, eerst als Romeins kuuroord en later als hoofdzetel van Karel de Grote en een aantal van zijn epigonen. De insteek van de archeoloog is echter ‘beter laat dan nooit’. Lees verder...
Terugblik op lezing van Dr. T. Panhuysen, maandag 7 februari 2011 over 'De SLEUTEL tot de keizerlijke status van de Sint Servaasabdij'.
(geplaatst 21-2-2011, auteur L. Jacobs)
Er waren veel mensen afgekomen op de lezing die onze voorzitter Titus Panhuysen maandag 7 februari j.l. heeft gehouden. Gelukkig was de ruimte in STAYOKAY groot genoeg om alle 175 toehoorders, leden en niet‐leden, een plaats te geven. De spreker heeft zijn publiek in de loop van de avond zijn hypothese onthuld over de mogelijke herkomst van de keizerlijke status van de Sint Servaasabdij in Maastricht.
Hij gaf allereerst een overzicht van de literaire en archeologische bronnen en de wetenschappelijke literatuur met betrekking tot de eerste vermeldingen van de Sint Servaasabdij, haar bouwgeschiedenis en de bezitsverhoudingen in het ‘ Maastricht ‘ van de 6de ,7de en 8ste eeuw. Hijzelf was en is bij het onderzoek naar de oudste geschiedenis van Maastricht ten nauwste betrokken.
Voor de volledige Terugblik klik hier
TERUGBLIK op de lezing van Joep ORBONS van 3 januari 2011 over Grotten en Gangen.
(geplaatst 7 januari 2011, auteur: Titus Panhuysen 7 januari 2011)
Maandagavond 3 januari, Nieuwjaarsborrel en eerste lezing van 2011, koud, glad en toch weer een grote opkomst (115 mensen) in Stayokay. Joep Orbons, lid van onze eigen Kring, presenteerde aan de hand van bijna 100 PowerPoint dia's een prachtig overzicht van het ondergrondse landschap van het Mergelland van Tongeren tot Heerlen. Natuurlijk ging het vooral over het negatief – of de spiegel – van de mergelwinning : de ondergrondse gangenstelsels die het resultaat zijn van de eeuwenlange bouwsteenexploitatie sinds de 12de of 13de eeuw. Orbons presenteerde eerst een overzicht van alle groeven op basis van gegevens die door hem en vele andere onderzoekers, onder andere van de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven van het Natuurhistorisch Genootschap, in de laatste decennia bijeen zijn gegaard. In Nederland kunnen 326 groeven geteld worden, in Vlaanderen 107 en in Wallonië 33 met in totaal 525 kilometer aan gangen (in Nederland een ondergrondse oppervlakte innemend van 368 hectare). Waar het vroeger bijna onmogelijk was om die gangenstelsels goed in kaart te brengen heeft Orbons zich erin gespecialiseerd om dat met de modernste technieken te doen, zodat inmiddels vrijwel alles, inclusief gedetailleerde historische, natuurwetenschappelijke en geologische informatie exact gelokaliseerd is en teruggevonden kan worden. Het kaartmateriaal van Orbons is indrukwekkend. Eén groeve is nog in gebruik: die van Sibbe die tevens met 70 km de uitgebreidste nog bestaande groeve is. De Pietersberg had ooit een gangenstelsel van 133 km, maar daarvan is door de dagbouwexploitatie van de ENCI vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw ca. 45 km gang definitief vernietigd terwijl door instortingen onder de Observant en in het Noordelijk gangenstelsel nog eens eenzelfde hoeveelheid van de oorspronkelijke groeven verloren is gegaan. Orbons confronteerde ons met beelden van prachtige ondergrondse landschappen als kathedralen, met de betekenis van de gangen voor het historisch-economisch onderzoek (dag- en weekproductie, bijna 17.000 manjaren arbeid, enz.), met de onuitputtelijke bron van historische gegevens in de opschriften, tekeningen en inkrassingen, en ook met ondergrondse fauna en flora. En ten slotte kwam het beleid van de overheid ter sprake aangaande de resterende groeven: alleen de gemeente Valkenburg bezit momenteel een beleidsplan waardoor deze cultuurhistorische schat binnen de gemeentegrenzen goed beschermd wordt als archeologisch waardevolle ondergrond. Het zou aanbeveling verdienen wanneer ook het Rijk deze mysterieuze en unieke ondergrondse relicten goed zou gaan beschermen door ze te classificeren als rijksmonumenten.
Enkele prachtige afbeeldingen uit de presentatie van Joep orbons: klik hier
Nieuwjaarstoespraak van de voorzitter op maandag 3 januari 2011: klik hier
Familiemiddag 2010: Bezoek aan Fort Eben Emael
(geplaatst 3-1-2011, auteur Frank Hovens)
Net als drie jaar geleden brachten we dit jaar op Onnozele Kinderen een bezoek aan een fort, en ook nu vonden de kinderen het geweldig. In 2007 verkenden we Fort Sint Pieter, ‘op’ de Sint Pietersberg, nu staken we ons licht op in Fort Eben Emael, ‘in’ de berg. We werden hartelijk ontvangen door de gidsen Jo Fiévez en Guy Hoofs, die ons vervolgens maar liefst drie en een half uur rondleidden door het labyrint van het tussen 1932 en 1935 aangelegde fort. De vesting werd beschouwd als het sterkste fort ter wereld. Met een groot enthousiasme maakten Jo en Guy ons deelgenoot van hun kennis, en dat deden ze op zo’n heldere manier dat het voor de kinderen ook heel goed te volgen was. Voor hen was het misschien de eerste ‘kennismaking’ met de Tweede Wereldoorlog, en zo’n eerste indruk nestelt zich in het geheugen! Ongetwijfeld zullen ze zich blijven herinneren hoe zo ooit met hun (groot)ouders ergens in de buurt van Maastricht een berg zijn ingegaan waar eindeloos door gangen kon worden lopen en waar je smalle ijzeren trappen op kon gaan om uit te komen bij een groot apparaat waar je aan hendeltjes kon draaien waarmee de loop van een soort kanon kon worden bediend. En ook zullen ze niet vergeten dat van een van die trappen alleen maar een grote verwrongen hoop stalen balken en platen over was. Hier hadden de Duitsers een bom naar binnen gegooid. De Duitsers, dat waren de vijanden in die oorlog, die opa en oma als kind nog net hebben meegemaakt. En hoe kwamen die Duitsers bij dat sterke fort? Met zweefvliegtuigen! Ongelooflijk, met zweefvliegtuigen! De Belgische soldaten in het fort hadden zoiets nooit verwacht. En de Duitsers die met de zweefvliegtuigen op het fort waren geland – knap hoor! – hadden met het plaatsen van een paar krachtige bommen (de mijnheer had het over ‘holle ladingen’) op de koepels waar de kanonnen onder zaten het fort binnen een half uur (!) uitgeschakeld. Daarbij zijn Belgische soldaten –jonge jongens, vaak nog – gesneuveld, en de anderen konden niks meer doen en waren gedwongen zich over te geven.
We zijn ook nog bovenop het fort geweest. Prachtig met die sneeuw!
Kortom, Fort Eben Emael is voor de kinderen een lieu de mémoire voor het leven.
Zie http://www.fortissimus.be/
TERUGBLIK op de lezing op 6 december van GEERT VANPAEMEL over Jan Pieter Minckelers
(auteur: Titus Panhuysen, 7 december 2010)
En weer speelde het winterseizoen ons parten: sneeuw en spiegelgladde opgevroren wegen en paden maakten het onze trouwe bezoekers moeilijk om Stayokay te bereiken. En toch waren er zeker 60 bezoekers en was de lekker verwarmde zaal goed gevuld tot tevredenheid van bestuur en spreker (die helemaal uit Leuven was gekomen).
Iedereen was enthousiast over de spreker en over zijn verhaal dat ons confronteerde met een kritischer en afstandelijker benadering van een lokale beroemdheid dan wij doorgaans gewend zijn. Om de persoon en de betekenis van Jan Pieter Minckelers (1748-1824) in het juiste perspectief te plaatsen kijkt de wetenschapshistoricus eerst naar allen die vóór hem over het onderwerp geschreven hebben, in welke tijd, met welke bedoelingen, in welk land. Zo wordt duidelijk dat zich rondom de persoon Minckelers in de loop van twee eeuwen wel enige mythevorming heeft voorgedaan. Minckelers is zeker van belang geweest als professor secundarius aan de Artesfaculteit (= de basisvorming) van de Leuvense Universiteit en als secondant van Jan Frans Thijsbaert, die de School voor Experimentele Fysica leidde. Hij was een 'moderne' wetenschapper, een echte onderzoeker, maar uiteindelijk kunnen we niet 100% zeker zijn dat hij en hij alleen de ontdekker van het lichtgas is geweest. Die ontdekking – vergelijkbaar in die tijd met het internet nu – is hem keer op keer toegedicht, immers, hij toonde dat experiment vanaf 1784 in zijn lessen volgens getuigenissen van zijn leerlingen. Maar zijn zelf (?) uitgegeven en onbeduidende publicatie 'Mémoire sur l'air inflammable' uit 1784 had niet de pretentie van het wereldkundig maken van een grote doorbraak in de fysica. Minckelers dankt zijn plaats onder de beroemde wetenschappers niet aan zijn publicaties en zijn vooraanstaande maatschappelijke positie zoals lid van de Academie van Wetenschappen. Eigenlijk liet hij nauwelijks van zich horen. Pas na zijn dood werd hij door leerlingen en vakgenoten opgehemeld tot meerdere eer en glorie van de jonge staat België, van de Universiteit Leuven, en ook van de farmaceuten. En in 1928 werd hij afgebeeld op een der eerste series postzegels die niet voorzien waren met de beeltenis van de koning(in), een serie kinderpostzegels met grote namen van Nederlandse wetenschappers, zoals Lorentz, Boerhaave, Huygens, maar ook Minckelers. Dit gebeurde op instigatie van de Minister van Onderwijs, de Maastrichtenaar mr. M.A.M. Waszink (zie : klik hier).
Presentatie G. Vanpaemel: klik hier
Foto's en documenten betreffende J.P. Minckelers van J. Bonnet en J.Mans: klik hier
TERUGBLIK OP HET HISTORISCH CAFÉ IX
Op donderdag 18 november 2010 in SELEXYZ
(auteur: Titus Panhuysen, 22-11-2010)
Er zijn van die bijeenkomsten dat je naderhand zegt: "dat was goed, alles klopte". Dat gevoel had ik – en velen met mij – na afloop van het Historisch Café over Maastrichtse biografen over drie Maastrichtenaren, voorbereid en uitgevoerd door Frank Hovens en Ernst Homburg. Drie biografen – Lou Spronck over Theodoor Weustenraad (1805-1849); Jos Perry over Victor de Stuers (1843-1916); Wiel Kusters over Pierre Kemp (1886-1967) – kregen de volgende vragen voorgelegd: 1) hoe is het onderwerp van de biografie beïnvloed door zijn omgeving en 2) hoe verhield de betreffende persoon zich tot zijn omgeving? Daarbij valt te denken aan concrete plekken, maar ook aan meer abstracte zaken als de cultuur en mentaliteit van de stad, zaken die je voor een deel kunt scharen onder de door de Culturele Biografie veronachtzaamde historische ‘vijfde identiteit’ van Maastricht: ‘stad op grenzen’ (in staatkundig, maar ook in cultureel en taalkundig opzicht). En 3) welke specifieke bijdrage levert een biografie aan de geschiedschrijving [van de stad]? Iedere auteur kreeg ongeveer tien minuten tijd om antwoorden op bovenstaande vragen te formuleren, waarna ze op elkaar konden reageren en de zaal in het spel betrokken werd. Omdat elke levensbeschrijver moet binnendringen in de microkosmos van een individu, diens leefomgeving en zijn netwerken, én in een beperkt historisch tijdskader, kan hij voor zijn lezers een buitengewoon verrassend en nieuw, zij het fragmentarisch en detaillistisch, venster op de geschiedenis van een bepaalde periode openen. Omdat de levensbeschrijver zichzelf soms zo vereenzelvigt met zijn onderwerp, kan het gebeuren buiten dat venster dan ook heel dichtbij komen. Zelf was ik mij deze bemiddelende rol van 'de biograaf' nog nooit zo bewust geweest, maar wanneer je het gebeuren projecteert op je eigen leven, ligt dat resultaat van de goede biografie eigenlijk voor de hand. De avond was een eyeopener voor de onderlinge betrokkenheid van literatuur en geschiedenis en het spel van de hoofdactoren daarin. Je zou je een canon van de [Maastrichtse] geschiedenis wensen met tal van vensters waarachter de levensbeschrijvingen van talloze individuen schuilgaan, mits de schriftelijke bronnen toereikend zijn.
De archieven worden ten slotte niet voor niets bewaard!
Column van Paul van der Steen: klik hier
Foto-impressies door Jules Bonnet: klik hier
TERUGBLIKKEN op de recente activiteiten van de Kring, september-november 2010
(auteur: Titus Panhuysen; 8-11-2010)
De eerste twee lezingen van het seizoen in een nieuwe omgeving – Stayokay aan de Maas (vm. Maaspaviljoen) – zijn achter de rug. Verrassend, zo hebben wij de nieuwe plaats van samenkomst ervaren, overweldigend, zo kwalificeren wij de opkomst van leden en aspirant-leden. De nieuwe zaal blijkt buitengewoon gunstig gelegen voor bijna iedereen, centraal in de stad, op loopafstand van openbaar vervoer, een grote parkeerplaats voor de deur; de zaal is te vergroten of te verkleinen, er zijn meer projectieschermen, het geluid is stukken beter dan ooit, het zitcomfort is prima, en, last but not least, in de pauze is er gratis koffie en thee voor iedereen. Bovendien kunnen de mensen naderhand nog napraten aan de bar, een belangrijk aspect voor de onderlinge contacten.
Op 4 oktober onderbouwde ons lid Paul Wijnands in een knappe voordracht 'Een geval van grenscultuur. De Sociëteit Momus: Mestreechs en toch francofoon' zijn stelling dat zowel de Maastrichtse dialectliteratuur als het Maastrichtse carnaval wortelen in de Franse en Waalse cultuur van de 18de en 19de eeuw. Hij illustreerde dat aan de positie en de invloed van de elitaire Momus Sociëteit in het 19de-eeuwse Maastricht. De Maastrichtse Momusiens lieten zich inspireren door hun Franse voorbeelden, zij waren dol op de liedjes van Pierre-Jean de Béranger, en zij dweepten met de Littérature Poissarde, de scheldtaal van de straat (de visvrouwen van de Parijse Hallen). De Maastrichtse heren waren liberalen, pro-Belgisch, Franstalig en zij deden aan sjariteit voor het arme volk. Het Maastrichts werd gekoesterd als taal van het volk, maar het Frans was hun eigen taal, totdat na het Fin de Siècle alles anders werd, en de Frans-Belgisch oriëntatie geruisloos verdween.
Een maand later, op 1 november, begon een ander lid van de Kring, Geert Verbeet, waar Paul Wijnands geëindigd was: de voorgeschiedenis van de eerste en de tweede Wereldoorlog, feitelijk de opmaat van de tweede helft van de 19de eeuw naar de uitbarstingen van geweld vanaf 1914. De spreker gebruikte voor zijn causerie 'Moeilijke jaren tussen de twee wereldoorlogen' een mooie en soms schokkende reeks beelden ter ondersteuning van het verhaal, dat na de pauze aankwam bij Maastricht tussen 1918 en 1940. In het bijzonder het oudere deel van het publiek herkende de beelden van werkloosheid, werkverschaffing, armoede en woningnood. Eigen ervaringen, aangevuld met verhalen van aanwezigen in de rondvraag zorgden voor een boeiende avond. Voor de presentatie/afbeeldingen: klik hier.
Het activiteitenseizoen was overigens al eerder van start gegaan: op zaterdag 25 september verzamelden zich ongeveer vijftig leden bij het station voor een dagje Keulen. Fotoreportage van Max Wijnen en Joep Mans: klik hier. Met grote inzet en hulpvaardigheid van de Keulse collega's van de voorzitter werden de Maastrichtenaren rondgeleid in de onderaardse wereld van de Dom via de nieuwe door 9 meter dikke fundamenten geboorde toegangstunnel, in de onderaardse schatkamer en het vroegchristelijke baptisterium (Dr. Georg Hauser en Dr. Thomas Höltken). Helaas werden wij niet toegelaten tot de opgravingen onder de Dom vanwege de slotdag van de Keulse Heiligdomsvaart in de kathedraal boven onze hoofden. Om die reden zullen wij dus nog een keer terug moeten naar Keulen. Geheel in stijl trokken wij vervolgens naar de Heumarkt om in de diep gelegen middeleeuwse kelders van het onlangs geheel gerestaureerde en vernieuwde Brauhaus 'Gilden im Zins' een typisch Keuls middagmaal te nuttigen – met bier natuurlijk. In de namiddag werden we in het Römisch-Germanisches Museum geïnformeerd door Dr. Markus Trier over de U-Bahn archeologie en werden wij tot slot rondgeleid door de schitterende overzichtstentoonstelling Fundgeschichten – Archäologie in Nordrhein-Westfalen door de samenstelster Dr. Marion Euskirchen. In de vrije uren daarna kon gegeten en gewinkeld worden. Sommigen bezochten de Hohenzollernbrücke achter het station om er het merkwaardige eigentijdse fenomeen van de liefdeshangsloten te bewonderen, een product of een kunststukje van ontelbaar vele Keulse liefdesparen (GA NAAR: klik hier en klik hier)
Bij het overlijden van Dr. Pierre J.H. Ubachs
(geplaatst 20-9-2010)
De Historische Kring Maastricht van het LGOG herdenkt met groot respect en dankbaarheid zijn lid, oud-bestuurslid (1983-1991) en vice-voorzitter (1987-1991)
Dr. Pierre J.H. Ubachs
Zijn aandacht voor een moderne geschiedschrijving van Maastricht en Limburg en zijn streven naar kwaliteitsverhoging en brede toegankelijkheid van het historische onderzoek mogen ons allen tot voorbeeld blijven.
Voor het In Memoriam, uitgesproken in de Eucharistieviering in de Sint Servaasbasiliek op 20-9-2010, door mr. Th.J. van Rensch: klik hier
Terugblik op het bezoek aan Maastricht van de Heimat- und Geschichtsverein der Gemeinde Nörvenich e. V. op 4 september 2010
(geplaatst 7-9-2010, auteur Joep Mans)
Op zaterdag 4 september hebben 51 leden van deze vereniging Maastricht ontdekt, dankzij een mooi programma dat verzorgd werd door onze kring. De ontvangst was in de Kanunnikenkelder van de Sint-Servaasbasiliek. Hier heeft onze voorzitter dr, T. Panhuysen kort de geschiedenis van Maastricht verteld, vooral aan de hand van de ontwikkeling van de stad van romeinse nederzetting tot wat Maastricht nu is. Daarna een rondleiding door de basiliek, verzorgd door de gidsen dr. T. Panhuysen en dr. R. de la Haye, met als bijzondere hoogtepunten een bezoek aan de oost-crypte en de keizerzaal. In de middag, met goed weer, is er een stadswandeling gemaakt, met twee groepen. Een groep onder leiding van dr. T. Panhuysen, die vooral het Jekerkwartier bezocht hebben. De tweede groep, met als gids drs. F. Hovens, bezocht het meer noordelijke gedeelte van het centrum met als hoogtepunten: Vrijthof, Dominicanerkerk en Markt. De afsluiting van deze zeer geslaagde dag: 'Ein Spitzentag in der Geschichte von unsere Verein' zoals de secretaris de heer J. Koop het verwoordde, vond plaats in de Derlonkelder, waar dr. T. Panhuysen een enthousiast verhaal hied over de tempel en het Jupiterheiligdom ter plekke. Wij hebben, als blijk van waardering voor de zeer geslaagde dag volgens onze gasten, een uitnodiging ontvangen voor een bezoek aan Nörvenich en omgeving.
Voor fotoreportage: klik hier
