Studiereis Sussex

De studiereizen van LGOG gaan in 2012 naar het Zuid-Engelse Sussex. Klik hier voor meer informatie

Provincie Limburg

Terugblik

Op deze pagina vindt u terugblikken naar de activiteiten van de kring.
Terugblikken naar activiteiten van vorige jaren vindt u in het archief.

 

Maandag 2 januari (inclusief Nieuwjaarsreceptie) 
Robert Regout: Maastrichtse Martelaar. Een leven van hoop, volharding en rechtvaardigheid.
Door: Eugène van Deutekom (Lees hier het convocaat)   

Veel minder bekend is hij dan zijn lotgenoot Titus Brandsma. Maar ook de Maastrichtenaar Robert Regout, jezuïet en hoogleraar aan de toenmalig Katholieke Universiteit van Nijmegen moest zijn kritiek op het nazi-regime en de bezetting van Nederland met zijn leven bekopen. Eugène van Deutekom hield op 2 januari 2012 voor de kring Maastricht een zeer interessante en goed gedocumenteerde lezing. Bij de lezing waren ook enkele leden van de familie Regout aanwezig.

Dat er nu meer bekend is over Robert Regout, komt door de teruggave aan Nederland van archieven uit Rusland, door het Rode Leger na de Tweede Wereldoorlog  als oorlogsbuit meegenomen achter het IJzeren Gordijn, en nu aan Nederland gerestitueerd. Vooral dank zij deze archiefvondst is er over de persoon van Robert Regout nu veel meer bekend dan vroeger.

Ondertussen is er al een boek over Robert Regout uitgegeven, en wil de Vriendenkring van Robert Regout leven en werk van deze bijzondere telg van de bekende industriëlen-familie breder bekend maken. Inmiddels zijn in de kerk van Wyck en de Canisiuskerk te Nijmegen gedachtenisplekken ingericht.

Na de lezing, in de tweede helft van de avond, ontspon zich een interessante discussie, waarbij nog werd ingegaan op de verhouding tussen Titus Brandsma en Robert Regout, de reactie van de Nijmeegse Universiteit op de arrestatie van twee van haar hoogleraren, de familie Regout, en een mogelijke zaligverklaring.

 Régis de la Haye

 

Woensdag 28 december
Familiemiddag: bezoek aan Thermenmuseum

 

Nadat in 2010 het fort Eben Emael werd bekeken, werd dit jaar de vijfde familiedag georganiseerd in het Thermenmuseum in Heerlen.

De opkomst was niet groot - vergeleken met vorig jaar - maar de kinderen die er wel waren, hadden veel te bekijken.

 

Bij aankomst  konden de kinderen meteen in een zandbak graven naar een schat in de vorm van Romeinse munten en daar werd driftig gebruik van gemaakt!

 

Daarna werd gestart met een algemene film over de Romeinse soldaten in het door hun bezet gebied en voornamelijk terugspelend op de situatie rond Leiden en Woerden.

De Heerlense regio - een andere film - hebben we helaas niet gezien...(en die was er wel!).

 

Tijdens een speurtocht moesten de kinderen in manden opdrachten over de Romeinen zoeken en beantwoorden . Leuk om te zien waar overal in hoekjes kinderen zaten te zwoegen over de vragen, geassisteerd door papa, mama, oma of opa.....

 

Tijdens een lange rondleiding met gids kwamen diverse aspecten over het leven van de Romeinen aan de orde, zowel wat hun levensstijl betreft, het aanleggen van wegen, het bouwen van huizen, het maken van sieraden en gebruiksartikelen zoals potten en pannen, het maken van askisten, maar bovenal het ontwerpen en bouwen van een badhuis. Want daar draait alles om in de Thermen in Heerlen. De grootste verbazing voor de kinderen was toch wel dat de Romeinen geen eigen badkamer thuis hadden en dus naar een badhuis moesten en daar allemaal - tot grote hilariteit - naakt rondliepen......, de mannen en vrouwen wel allemaal apart! (De vrouwen moesten wel meer betalen dan de mannen, dit even terzijde....)

 

Na veel rondkijken en luisteren was de aandacht van de kinderen op en konden ze zich amuseren met vroegere spellen zoals sjoelbak, dobbelspel, mikadoballen enz. en allemaal in Romeinse uitvoering.

En de twee aanwezige computers gaven ook veel informatie over de Romeinse tijden.

 

Iedereen ging tevreden naar huis en voor geinteresseerden werd de middag gezellig afgerond bij Auberge De Rousch!

De organisatie van het LGOG was prima, de organisatie van De Thermen was minder......

 

Bedankt, LGOG !

 

Nelly Gelissen-Muller

 

 

Maandag 12 november
Lezing: Maastricht en de geschiedenis van popmuziek. Een persoonlijke kijk. Door : Harry Knipschild 


Er zullen in de geschiedenis van het LGOG weinig lezingen zijn geweest waarbij muziek te horen was. En het aantal lezingen waarbij de bezoekers ook nog meezongen met die muziek, zal nog schaarser zijn! Wellicht heeft Maastricht met de lezing van Harry Knipschild zelfs de primeur gehad?! In een bevlogen verhaal leidde de spreker ons door de popgeschiedenis van de afgelopen decennia: van Bill Haley naar Elvis Presley, van Boddy Holly naar de Beatles, van de Rolling Stones naar Gilbert Becaud, van Rocco Granata naar Mississippi.

Harry Knipschild raakte al op jonge leeftijd - tijdens zijn jeugd in Maastricht - verslingerd aan de toentertijd nog volop in opkomst zijnde popmuziek. Zijn hobby werd later beroep: jarenlang werkte hij voor Radio Veronica en was hij medewerker van diverse platenmaatschappijen waar hij persoonlijk betrokken was bij de carrières van diverse wereldbekende bands, zoals ABBA, Jimi Hendrix, de BeeGees, de Rolling Stones, James Brown, The Golden Earring, enz.

Knipschild legde in zijn lezing uit dat de Maastrichtse popliefhebbers van het eerste uur in een zeer bevoorrechte positie verkeerden: waar in de rest van Nederland meestal enkel de Nederlandse radio te horen was, kon je in Maastricht ook de Duitse, Belgische en Luxemburgse zenders ontvangen. In een tijd waarin popmuziek op de radio nog maar weinig te horen was, betekende dat een grote 'voorsprong' op de rest van het land. Ook haalde Knipschild herinneringen op aan platenzaak 'De Harp' waar de pophits met vele duizenden over de toonbank gingen. Ook ging hij in op enkele (redelijk) bekende popbands die Maastricht heeft voortgebracht, zoals de Walkers en De Nachroave (bekend van de in heel Nederland bekend geworden carnavalshit 'Sjeng oan de geng'). 

Al met al was het een gedenkwaardige avond in de geschiedenis van de kring. 

Kris Förster 

 

Donderdag 17 november
Historisch Café: over verschillende recent verschenen proefschriften en de plannen van een nieuwe Geschiedenis van Limburg. 


De ‘Nieuwe geschiedenis van Limburg’ – een nieuw standaardwerk?

Tijdens een goed bezocht Historisch Café werden op 17 November jl. de plannen gepresenteerd voor de ‘Nieuwe geschiedenis van Limburg’; een overzichtswerk dat in 2013 zal verschijnen ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het LGOG, onder redactie van Paul Tummers (voorzitter), Arnoud-Jan Bijsterveld (Oudheid en Middeleeuwen), Ad Knotter (sociaal-economische geschiedenis), Leo Wessels (cultuur, religie, etc.), en Louis Berkvens (institutioneel, juridisch).

Zoals gebruikelijk begon de avond met een boekbespreking door Jac van de Boogard, die zijn licht liet schijnen op twee recent verschenen proefschriften: Miriam Kars, A cultural perspective on Merovingian burial chronology and the grave goods from the Vrijthof and Pandhof cemeteries in Maastricht (lees hier het proefschrift online), en, vooral, Hans van Hall, Eijsden, een vrijheid met Luikse stadsrechten. Een rechtshistorische schets van een 'Minderstadt' in de regio tussen Maas en Rijn (ca. 1300 - ca. 1550) (klik hier voor meer info).

De daarop volgende column van Paul van der Steen vormde een goede opmaat voor de discussie die na de pauze gehouden werd over de vragen: Aan wat voor overzichtwerk over de Limburgse geschiedenis is behoefte en hoe onderscheid de ‘Nieuwe geschiedenis van Limburg’ zich van eerdere overzichtswerken?

Redactievoorzitter Paul Tummers lichtte de opdracht van het LGOG-hoofdbestuur toe, de driedelige opzet van het boek, de kwaliteiten van het internationale auteursteam, en benadrukte dat vooral nieuwe wetenschappelijke resultaten van de laatste decennia een plaats zouden krijgen, meer dan in eerdere overzichtswerken. Dat laatste werd ook door redacteur Ad Knotter onderstreept. Hij bracht naar voren dat oudere geschiedschrijving veelal de huidige provinciegrens tot uitgangspunt had genomen. Het nieuwe werk wil volgens hem af van de gedachte dat Limburg, of de Limburgen, een gemeenschappelijke geschiedenis zouden hebben. ‘Wij zijn en waren hier in een grensgebied,’ stelde Knotter, ‘dus zowel een plaats van ontmoeting als van conflict, een gebied dat steeds van gedaante veranderde, velerlei invloeden onderging, en dat steeds in nauwe samenhang met het buitengebied, zogezegd, moet worden bestudeerd. Wij nodigen auteurs (…) uit vanuit de aangrenzende gebieden, naar de Limburgse geschiedenis te kijken, te zoeken naar overeenkomsten en verschillen.’ Knotter illustreerde dit vervolgens o.m. met het voorbeeld van de ontwikkeling van de wolindustrie in de regio Aken-Verviers

Een kijkje in de keuken van de archeologie van de dorpen en het landelijk gebied kregen we vervolgens voorgeschoteld door Henk Stoepker, een van de auteurs. Aan de hand van prachtige kaarten en afbeeldingen liet hij zien hoe lastig het vaak is om historische en archeologische bronnen met elkaar in verband te brengen. Archeologen hebben dorpskernen gevonden op plaatsen waar tegenwoordig geen bewoning meer is, terwijl in veel van de bestaande dorpen geen archeologisch onderzoek is gedaan.

Tot slot schetste Frank Hovens, redacteur van De geschiedenis van Limburg (2010), kritisch een viertal behoeften waarin de Nieuwe geschiedenis van Limburg zou kunnen voorzien: (1) het tot stand brengen van een nieuwe synthese, die de werken van Jappe Alberts en Ubachs overbodig zou maken; (2) het bieden van nieuwe perspectieven op de Limburgse geschiedenis op basis van recente internationale historiografie; (3) een geschiedschrijving van incourante thema’s, zoals sport, jeugdcultuur, taal, en minderheden; en (4) het presenteren van gericht, nieuw archiefonderzoek.

Dit laatste vormde een uitstekende aftrap voor een levendige discussie met de zaal, waarin vooral het vraagstuk van de relatie tussen de Limburgse provinciegrenzen en de geschiedschrijving tegen het licht gehouden werd. Ook werd gewaarschuwd tegen het gebruik van de term ‘periferie’ in relatie to Limburg. Gedurende vele eeuwen was er van een perifere ligging geen sprake geweest.

Al met al een zeer informatieve avond, waarbij het op stapel staande boek voor de aanwezigen meer is gaan leven.

Ernst Homburg


Terugblik lezing d.d. 7 november: De Middeleeuwen: heilig of huiveringwekkend? Door: Ronald van Kesteren 

Op maandag 7 november hadden zo’n 130 belangstellenden de weg gevonden naar de StayOkay voor een lezing van dr. Ronald van Kesteren onder de prikkelende titel: De Middeleeuwen: heilig of huiveringwekkend? De geschiedenis van een gespleten tijdperk.

Van Kesteren studeerde geschiedenis, filosofie en klassieke talen. Lange tijd was hij verbonden aan het  Instituut voor Cultuur en Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam en medewerk er van NRC Handelsblad. In 2004 publiceerde hij Het verlangen naar de Middeleeuwen. De verbeelding van een historische passie.

En een dergelijke passie etaleerde de spreker zelf ook vanaf het begin van zijn lezing, waarin hij liet zien hoe in ondermeer geschiedschrijving, bouwkunst, schilderkunst, literatuur en politiek het verlangen naar de Middeleeuwen gestalte kreeg. Terwijl voor sommigen dat tijdperk synoniem is voor achterlijkheid en bijgeloof, gelden de Middeleeuwen voor anderen als een tijd waarin eenvoud en naastenliefde alomtegenwoordig waren.

In het eerste deel van de lezing werd de middeleeuwse keizer Karel de Grote centraal gesteld. Mochten de middeleeuwers dan al achterlijk, barbaars en bijgelovig zijn geweest, dat gold in ieder geval niet voor de Grote Keizer. In de loop van de geschiedenis werd de vorst door allerlei groepen in steeds wisselende contexten toegeëigend. De Kerk omarmde hem al vroeg als beschermer en geloofsverkondiger (hij werd niet voor niets heilig verklaard). Landsheren en vorsten verhoogden hun status door hun afstamming van Karel in stambomen vast te laten leggen. In de negentiende eeuw, de tijd van het ontstaan van de natie-staten en van het nationalisme, werd hij te pas en te onpas gebruikt als icoon en boegbeeld van nationale identiteit. Zelfs in onze tijd wordt ‘het merk’ Karel de Grote ingezet, met name als het gaat om Euregionale samenwerking en zelfs Europese eenwording.     

Na de pauze liet Van Kesteren in het vervolg van zijn voordracht  personen figureren die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan ons beeld van de Middeleeuwen. Tot die hoofdpersonen behoort de architect Augustus Welby Pugin, de Britse founding father van de katholieke neogotiek. Deze voor veel van de aanwezigen onbekende Brit bleek over een enorme hoeveelheid creativiteit en werklust te hebben beschikt. Hij ontwierp kastelen en kerken, meubilair en behang, kannen en bestek. Alles in zijn kerken, kastelen en woningen moest de sfeer van de Middeleeuwen ademen. Zijn invloed op het bouwen was van dien aard, dat Londen anno 1900 veel meer op een middeleeuwse stad leek dan pakweg driehonderd jaar eerder! De lezing werd afgerond met een beschouwing over de Franse romanschrijver Joris-Karl Huysmans, die door tijdgebrek helaas niet helemaal goed uit de verf kwam. 

Door: Frans Roebroeks, 10-10-2011 

 

Terugblik excursie d.d. 29 oktober: Museum aan de Stroom, Antwerpen

Daar lag dan het prachtige rode Museum aan de Stroom (MAS). We hadden er al zoveel over gelezen en gehoord. Het voldeed aan al mijn verwachtingen. Groots door de prachtige rode zandsteen en de transparante galerij die je verbind met de stad Antwerpen. De openbare ruimte er omheen, omzoomd met deftige herenhuizen en het gebouw van het loodswezen en de Schelde.

In het museum werden we voorgelicht over de keuze van materiaal en de plek waar het staat. De galerij wordt intens gebruikt door de Antwerpenaren en de bezoekers. Het contact met de stad en de Schelde is bijzonder.

Wat willen we zien binnen, in deze boxen die gedraaid boven elkaar liggen! Denkend aan de geschiedenis kun je kiezen voor afdelingen 'Wereldstad' en 'Wereldhaven'. Maar ook 'Machtsvertoon' leek ons in deze omgeving interessant. Als zoveel te zien is slaat de twijfel toe, we kozen voor 'Leven en Dood'. Het was een schot in de roos.

Wat we zagen was een geweldig mooie collectie voorwerpen kunstobjecten en rituele voorwerpen. De gouden, ragfijn gemaakt voorwerpen uit Midden Amerika. Maskers en beelden uit Afrika, Azië. Wat hadden de makers van deze voorwerpen ons iets prachtigs nagelaten.

De gids bracht ons naar de afdeling 'Wereldhaven'. Het was een verhaal met liefde voor de stad en het water van de Schelde. En terecht! In Antwerpen werd en wordt gewerkt.

Huizen en gebouwen, schepen en voorwerpen uit de haven, verhalen en films uit deze stad met een geschiedenis van rijkdom, overheersing van de Spanjaarden, Fransen, en toch zo zich zelf gebleven.

Het LGOG heeft ons over de grens laten kijken, voor mij was het een geslaagde dag. Dank voor de organisator!

Door: Francis Fijnaut, 30-10-2011

 

 

Terugblik lezing d.d. 3 oktober: De vesting en daarna door Jos Notermans

Op maandag 3 oktober vond de eerste lezing van het seizoen 2011-2012 plaats. Inmiddels traditiegetrouw in StayOkay langs de Maas. Het was om meerdere redenen een memorabele avond. Niet in de laatste plaats omdat het aantal aanwezigen voor het eerste de 200 personen oversteeg. Een absoluut record! Maar ook inhoudelijk was het weer een interessante avond.

Jos Notermans is de expert op het gebied van de vestinggeschiedenis van Maastricht. Het is een onderwerp waar hij al zijn leven lang mee bezig is. Met enige vertraging (als gevolg van het oplossen van enige technische problemen) begon hij zijn lezing met een overzicht van de vestinggeschiedenis in de 19e eeuw. In de eerste decennia van die eeuw is er nog behoorlijk wat tijd en moeite gestoken in het versterken van de vesting om deze aan te passen aan de eisen van de tijd, onder andere met de aanleg van de Nieuwe Bossche Fronten en Fort Willem. Rond het midden van de eeuw is er echter een keerpunt te zien. Hoewel de vesting officieel nog bestaat wordt er nauwelijks meer geïnvesteerd. In 1867 volgt de wet waarmee de vesting de facto wordt opgeheven. De ontmanteling en sloop volgen in rap tempo. Aan het einde van de 19e eeuw is het grootste deel van de vesting verdwenen.

Na de pauze kwamen er een aantal recente ontwikkelingen aan bod. De gemeente Maastricht heeft onlangs een Vestingvisie gelanceerd die ambitieuze doelen heeft wat betreft onderzoek naar, als behoud en presentatie van de vesting en haar geschiedenis. Momenteel zijn er een aantal zaken waar die doelen hopelijk geconcretiseerd kunnen worden. Dat zijn onder andere de restauratie van Fort Sint-Pieter, het inundatiekanaal van Vauban dat misschien weer teruggevonden kan worden en de ontwikkelingen rond het ondergrondse NAVO-fort in de Cannerberg. De grote vraag in deze tijden van economische 'stormen' is natuurlijk in hoeverre een en ander ook financieel haalbaar gaat zijn.

Het kringbestuur hoopt u allen bij de volgende lezing in even grote getale weer te mogen verwelkomen.

Kris Förster (bestuurslid), 5-10-2011